de aanhoudende ruiterhand

Bijgewerkt op 04 november 2020

Wat is een aanhoudende hand? Dit is een hand die de tegenkracht van het paardenhoofd veerkrachtig beantwoordt met dezelfde kracht, dus de ruiter onderhoudt via de teugels, een veerkrachtig contact met het paardenhoofd. De aanhoudende hand trekt niet, én geeft niet na!

Onderwepen:

  1. de aanhoudende en loslatende ruiterhand.
  2. de aanhoudende en volgende ruiterhand.

De aanhoudende en loslatende hand

De eerste teugelhulp die je het paard aan de hand kan leren, is met gebruik maken van de aanhoudende en loslatende hand.

Je staat aan de linkerkant van het paard, houdt de linkerteugel in je linkerhand, legt je rechterarm over de hals van het paard (bij de schoft) en houdt de rechterteugel vast met je rechterhand. Je verkort de teugels totdat je het hoofd voelt, zodat beide handen gelijke tegenkracht ontvangen, dit is de kracht die het paardenhoofd op de teugels geeft. Beweeg nu de linkerhand zijwaarts weg van de hals en terug naar de hals. Nadat de linkerhand de hals raakt, beweeg vervolgens je rechterhand zijwaarts weg van de hals en weer terug naar de hals enzovoort. De handen bewegen dus afwisselend zijwaarts van en naar de hals, waarbij je met de ene hand nooit meer kracht mag uitoefenen dan met de andere.

De zijwaartse bewegingen verlopen rustig én langzaam, zodat het paard zich kan aanpassen en begrijpen wat de verandering van zijn hoofdhouding betekent. De zijwaartse beweging stopt als de nek, het begin van de hals net achter de oren, licht is gebogen. De ruiter wacht tot dat de nek zich ontspant én laat dan de teugels direct los.

Let op! De handen moeten zijwaartse bewegingen maken, want achterwaarts trekkende handen veroorzaken weerstand bij het paard. Dit uit zich in het uit de handen trekken van de teugels door het paard, hierom mag deze oefening nooit in achterwaartse trekkende beweging ontaarden. Je wil het paard uitnodigen om de nek en de hals te ontspannen.

Als het paard de nek en hals ontspant, dit is het moment dat de druk van de teugels is: “Dan moet je de teugels onmiddellijk loslaten want vanwege de volledige vrijheid, wordt het paard aangemoedigd om zijn hals te strekken en zijn neus naar voren en naar beneden te brengen”.

Wat is het doel van de zijwaartse teugelbewegingen? Het is een uitnodiging aan het paard om de nek te ontspannen, ontspanning van de nekspieren voortplant zich voort in de hals- en de rugspieren van het paard. Hierbij bewerkstelligt de ontspanning van de halsspieren dat het hoofd en de hals voorwaarts neerwaarts beweegt, anders gezegd; het paard zet geen spierkracht in om het hoofd en de hals omhoog te houden. De mogelijkheid om tot ontspanning te komen, heeft een directe relatie met het aanpassen van het evenwicht tijdens de voortbeweging van het samenstel paard-ruiter.

Het is wel heel belangrijk om het juiste gevoel in je handen te hebben en los te laten als je voelt dat het paard ontspant. Als je te laat reageert, leert het paard om op de teugels te leunen; als je dezelfde fout meerdere keren maakt, leer je het paard tegen de hand in te gaan! Als je deze oefening correct uitvoert, heb je in beide teugels gelijke tegenkracht én laat je ze onmiddellijk volledig los als de tegenkracht weg valt. Wanneer je meteen de volledige teugel aan het paard geeft, zal het paard veel vertrouwen in de handen krijgen. Zodat het paard na verloop van tijd tegelijk met het ontspannen van nek en hals, de teugels meeneemt als het zijn het hoofd en hals voorwaarts neerwaarts strekt.

De aanhoudende en loslatende hand wordt aan beide zijden van het paard beoefend. Zodra het paard deze oefening begrijpt, vertrouwen heeft in de handen, zal hij het onthouden. Later tijdens het rijden is deze oefening de eerste aanwijzing voor het nageven en de halsstrekken. Na verloopt van tijd zou het paard in staat moeten zijn om in de drie gangen de teugels voorwaarts neerwaarts mee te nemen, na een zijwaartse beweging van de handen.

De aanhoudende en volgende hand

De tweede teugelhulp die je het paard aan de hand kan leren, is met gebruik maken van de aanhoudende en volgende hand.

Wanneer het paard de aanhoudende en loslatende hand, heeft begrepen en in vol vertrouwen zijn neus naar voren naar beneden strekt, kan je beginnen met de aanhoudende en volgende hand aan de hand te oefenen. Eerst oefen je met het paard een paar keer met de aanhoudende en loslatende hand (naast het paard). Geef hierna als het paard de nek en hals ontspant de teugels niet helemáál, maar volg de neerwaartse beweging van het hoofd met de handen; met behoudt van dezelfde tegenkracht in de teugel.

Ieder paard dat bij oefenen van de aanhoudende en loslatende hand voldoende vertrouwen heeft gekregen in de handen, zal nu de hand van de ruiter meenemen als het de nek en hals gestrekt. De ruiter moet zeer gevoelige handen hebben en zonder te storen met de handen het hoofd naar beneden volgen.

Het is overigens zeer goede test voor de ruiter om nu te kijken of hij echt gevoel in zijn handen heeft. En het paard naar beneden volgen kan zonder het te storen, hij zal dan later het voordeel ervaren tijdens: het halsstrekken én het basculeren over de sprong.

Na een tijdje zal de berijder voelen dat hij de zijwaartse beweging van zijn handen niet meer hoeft te overdrijven zoals in het begin. En vervolgens alleen de polsen afwisselend iets naar buiten te draaien, wat voldoende is om het paard aan te zetten tot voorwaarts neerwaarts bewegen van hoofd en hals.

Als de eerste maanden van de training voor deze oefeningen naast het paard wordt benut, heb je een stevige basis gelegd om hem te helpen als er tijdens het rijden spanningen in zijn lichaam ontstaan. Het paard is dan al op de juiste plaatsen gespierd en heeft vertrouwen in de hand. En het begrijpt simpele aanwijzingen van de teugels.

Dit artikel is gebaseerd op: A. Paalman Springreiten pagina 129

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.