Paard en ruiter – De houding van de ruiter

Het bovenlichaam

De houding van het bovenlichaam heeft invloed op het evenwicht van de ruiter maar óók invloed op het evenwicht van het paardenlichaam, en dus logischer wijs invloed op het samengestelde paar paard-ruiter. Naast de gewichtige invloed van het bovenlichaam op het evenwichtig, heeft het een bepalende functie op de inwerking op het paard, het is een lichaams-hulp. De houding en de verplaatsing van het lichaam van de ruiter werkt als een voorbereidende hulp, als een inleidend signaal voor teugel- en kuithulpen.

Het bovenlichaam bevat veel lichaamsdelen, denk aan het bekken, de onderrug, de schouderbladen, de borst, de hals, de nek, het hoofd, de armen et cetera. Deze lichaamsdelen hebben allen hun eigen bewegelijkheid. Verandering van de afzonderlijke delen heeft veel invloed op het evenwichtig van de ruiter als geheel. Het bovenlichaam kan in het geheel de volgende bewegingen maken:

  • Vanuit de heupgewrichten voor- en achterwaarts bewegen.
  • Vanuit de ogen, het hoofd links- en rechtsom draaien vervolgens draaien alle lichaamsdelen mee.
  • De onderarmen kunnen via de bovenarmen vanuit de schoudergewrichten vanaf de paardenhals en ernaar toe worden bewogen.

Het bewust kunnen gebruiken van het bovenlichaam heeft een belangrijke functie in het vinden van evenwicht. En dús vanuit in evenwicht zijn, doelmatig op het paard kunnen inwerken door middel van hulpen.

Zwaartepunt en evenwicht

Paardrijden en in evenwicht blijven zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, want als de ruiter uit evenwicht is, is paardrijden ongemakkelijk, de ruiter is dan zichtbaar onhandig, juiste afstemming van de hulpen is zelfs onmogelijk. Het resultaat is dat het paard verkrampt.

Tijdens paardrijden moet het lichaam van de ruiter zich doorlopend aanpassen, aan het bewegingsverloop van de gangen, aan het ritme en aan de snelheid. Het lichaam kan dit automatisch perfect doen, eigenlijk is het zó, als het denken zich er teveel mee gaat bemoeien wordt het lichaam houterig. De ervaring leert dat het lichaam zijn eigen wijsheid heeft. Het lichaam moet wel de kans krijgen om het goed te doen.

Voor de ruiter is het van belang om te begrijpen wat evenwicht te maken heeft met het zwaartepunt van zijn lichaam. Het zwaartepunt is een begrip uit de natuurkunde. Het zwaartepunt, is een punt in het lichaam waar de zwaartekracht, de aantrekkingskracht van de aarde, aangrijpt. Het is simpel gezegd het evenwichtspunt, het midden van het lichaam. Het is het punt waar alle krachten respectievelijk versnellingen op aangrijpen. Een simpel voorbeeld; als je een gummi balletje gooit dan zie je dat het in de vlucht een boog heeft, omdat het balletje massief is, kun je stellen dat zwaartepunt precies in het centrum is. De zwaartekracht grijpt dus in het midden, in het zwaartepunt van het balletje aan, dit is de reden dat het balletje tijdens de vlucht naar de aarde daalt.

Als we de metafoor van het balletje nemen voor de ruiter, dan ligt het zwaartepunt van het bovenlichaam binnenin ter hoogte van het middenrif, dus op dit punt grijpt de zwaartekracht aan. Maar het bovenlichaam van een mens op een paardenrug lijkt meer op een stok op een hand van een jongleur. De hand van de jongleur dient als steunpunt voor de stok, de rug van het paard dient als steunpunt voor het bovenlichaam van de ruiter. Het zwaartepunt ligt meetkundig in het midden van de stok. Tijdens het jongleren speelt de jongleur met de zwaartekracht en snelheid om de stok in evenwicht te houden op zijn steunvlak, een hand. Tijdens paardrijden balanceert het bovenlichaam op de paardenrug, het steunvlak. Het balanceren kun je zien als het bewaren van het evenwicht op een ondersteuning die in beweging is.

Zover is geduid dat het evenwichtig van het bovenlichaam onder invloed is van de zwaartekracht, de snelheid en het steunvlak. Hierbij komt ook de richting waarheen, bijvoorbeeld tijdens springen verandert de richting van het zwaartepunt van horizontale naar meer verticale richting. De ruiter verplaatst tijdens de sprong het steunvlak van zitbeenderen naar de knieën, dus het zitvlak van de ruiter is dan los van de rug van het paard.

Het bovenlichaam zoekt dus evenwicht, balanceert op de zitbeenderen, het steunvlak óf op de knieën de steunpunten. De steunpunten, de knieën geven de ruiter een zwevend gevoel het steunvlak, de zitbeenderen geven meer stabiliteit, contact met de paardenrug.

De stabiliteit van het bovenlichaam verbetert doordat het steunvlak wordt vergroot door de ligging van de bovenbenen. De binnenzijde van de bovenbenen raken de zijkanten, de zweetbladen van het zadel. De positie van de bovenbenen is bepalend; als de benen recht naar beneden hangen is het raakvlak van de bovenbenen kleiner dan als de bovenbenen in een meer horizontale richting zijn.

Zoals je hebt gelezen is, het zwaartepunt een belangrijk begrip om je balans op het paard te begrijpen, en om je bovenlichaam tijdens verschillende gangen, in heuvelachtig terrein en tijdens het springen in evenwicht te houden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.