de invloed van het halsstrekken

Bijgewerkt op 04 november 2020

Het strekken van het hoofd en de hals, of zowel het voorwaarts neerwaarts gaan van het hoofd en de hals heeft invloed de werking van ruggenwervels en de ontspanning van de rugspieren. Dit artikel gaat dieper in op de onderliggende mechanismen van het paardenlichaam die het voorwaarts neerwaarts gaan effectief maken.

De rugwerking

Je hebt kunnen lezen dat er fysieke voorwaarde zijn om een paard in evenwicht te laten gaan zoals; dat het instaat gesteld wordt om zijn rugspieren te ontspannen.

Voor een duidelijke beeldvorming van wat er in het paardenlichaam gebeurt moeten we de bouw, het samenstelsel, van de hals en de rug beter begrijpen. Met andere woorden; hoe is het paard vanbinnen gevormd? Wat zijn de functies van de botten, de spieren? We beginnen met de wervelkolom.

De wervelkolom

De rugwervels, de ribben, het bekken heet de wervelkolom waarvan alle onderdelen door middel van spieren en peesbanden met elkaar verbonden zijn.

De hals en de rug van het paard bestaan uit wervels die met elkaar verbonden zijn als een buigzame rij beenderen. Aan het uiteinde van de hals hangt het hoofd en de rug loopt over in het bekken. Aan deze buigzame streng wervels zijn de ribben bevestigd die samen de wervelkolom vormen, de laatstgenoemde steunt op de benen.

De buigzame streng wervels van de hals en de rug zijn omgeven door spieren die de vorm van deze streng door aanspannen of ontspannen kunnen veranderen. Bijvoorbeeld als de óp de wervelkolom liggende spieren aanspannen en de spieren onder de wervelkolom ontspannen zien we een holle rug, is de aanspanning andersom dan zien we een gewelfde rug.

De spieren

Tussen alle wervels zijn gewrichtjes aanwezig, de wervels zijn onderling verbonden met spieren die de wervels omhoog, naar beneden en zijwaarts kunnen bewegen.

Ieder gewricht wordt bestuurd door minstens twee spieren die een tegengestelde werking hebben; als een spier de wervels naar zich toe trekt, zal de tegenoverliggende spier ontspannen.

Spierarbeid

Spieren die aanspannen, zich samen trekken, verbruiken voedingsstoffen. Het verbruik van voedingsstoffen veroorzaakt de aanmaak van afvalstoffen aan die op tijd moet worden afgevoerd, om te voorkomen dat de spieren verzuren, ofwel verkrampen. De afvoer van de afvalstoffen is alleen mogelijk als een spier van een aanspannen naar ontspannen toestand kan gaan.

Dit proces van steeds aanspannen en ontspannen bepaald uiteindelijk de kracht, de kwaliteit van de spieren dat wil zeggen dat het in evenwicht kunnen gaan in belangrijke mate door dit proces wordt bepaald.

Een ander proces is de voorwaarts neerwaartse beweging van het hoofd en de hals, het is een mechaniek dat meer ruimte maakt voor het aanspannen en ontspannen van de rugspieren, hiermee doel ik op de werking van de nekband die even verder in het artikel wordt behandeld. Zonder de juiste houding van het hoofd en de hals is het voor het paard onmogelijk op zijn rug te welven. De juiste houding is geen statische houding, het is een houding van hoofd en hals die zich continu aanpast aan de omstandigheden, waardoor het paard in evenwicht kán blijven.

Voordat we verder gaan met de effecten van de voorwaarts neerwaartse beweging van het hoofd en de hals, is het goed om globaal de vormverschillen van de wervels te kennen.

De wervels

De wervels verschillen onderling van vorm, toch is er een grondvorm te herkennen. Deze bestaat uit een lichaam met daarboven een omhoog gerichte doornuitsteeksel, aan iedere zijkant een dwarsuitsteeksel en in het midden een holte.

De grondvorm varieert naar de plaats die de wervel inneemt, zo zijn bij;

  • de halswervels de dwarsuitsteeksels en de doornuitsteeksels heel kort,
  • bij de schoftwervels zijn de doornuitsteeksel het langst en de dwarsuitsteeksels nauwelijks zichtbaar,
  • terwijl bij de lendenwervels de dwarsuitsteeksels het meest ontwikkelt zijn en de doornuitsteeksels een doorsnee lengte hebben.

De schoftwervels met hun lange doornuitsteeksels spelen een belangrijke rol in de werking van de rug. Er loopt namelijk een band van het achterhoofd naar de doornuitsteeksels. Deze lange doornuitsteeksels werken als een hefboom voor de welving van de rug op het moment dat het hoofd en de hals voorwaarts neerwaarts beweegt. De welving van de rug zet zich voort richting de lendenwervels, het nut van deze beweging is dat de achtervoeten makkelijker onder het zwaartepunt kunnen treden. De band die dit mogelijk maakt, wordt de nekband genoemd.

De nekband

Het hoofd en de hals worden grotendeels gedragen door de nekband.

Het hoofd wordt voornamelijk gedragen door de nekband, een elastische pees die van het achterhoofd naar de doornuitsteeksels van de schoftwervels loopt en die zijtakken heeft welke zich vasthechten aan de 2e, 3e, 4e, 5e en 6e halswervel (Bron: Ken uw paard H.Treffers pagina 123.).

De bijdrage van de spieren aan het dragen het hoofd en de hals is gering, mits het hoofd in een houding is waar trekkende werking van de nekband maxiaal wordt benut. Als het hoofd hoger worden gedragen én de hals dan de onvoldoende strekt zullen de halsspieren een groter aandeel in het dragen vervullen.

Het onnatuurlijk dragen van het hoofd en de hals vraagt extra inspanning van de spieren, maar ook dat de spieren niet in harmonie kunnen samenwerken, dat ten koste van het in evenwicht zijn gaat.

Het hoofd, de hals en de rug

Spieren kunnen hoofd en hals zijwaarts bewegen, oprichten, buigen en strekken. Ze kunnen ook het hoofd en de hals in een bepaalde stand vastzetten. Het vastzetten van spieren vooral zichtbaar in de rug en de lendenen, en in de hals.

Belangrijke spieren voor de voorwaarts neerwaarts gaande beginsel zijn de onderhalsspieren. Dit zijn spierbundels die aan weerszijde aan de onderkant van de hals zichtbaar zijn. Deze bundels zijn verbonden met de halswervels en de voorbenen. Als een onderhalsspier aangespannen is, duwt het de hals omhoog op het moment dat deze spier ontspant, zakt de hals.

Andere belangrijke spieren, de rugspieren hechten aan de halswervels en de rugwervels. Deze spieren zijn zichtbaar aan de bovenzijde van de hals en achter de schouderbladen op de rug tot het beging van het kruis. De werking van deze spieren is in de tekst al uitgebreid besproken, de focus is nu gericht op de beïnvloeding van de rugspieren door de onderhalsspieren.

Tijdens het vrije gebruik van het hoofd en de hals zullen deze spieren in harmonie samenwerken. Op het moment dat de ruiter het vrije gebruik verstoort, verbreekt de harmonische samenwerking. Bijvoorbeeld; op het moment dat de rechter onderhalsspier wordt vastgezet is het paard niet meer instaat om de rugspieren aan de rechterzijde aan te spannen. De natuurlijke rugwerking is dan verbroken, het paard is niet instaat om zijn spieren optimaal aan te spannen.

De holle rug

Zoals hiervoor is beschreven is een harmonisch samenwerking tussen de rugspieren en de onderhalsspieren onweerlegbaar voor een evenwichtig verloop van de bewegingen van het paard. Het mechanisme dat het voorwaarts neerwaarts gaan inwerking zet helpt het paard zijn lichaamsdelen zo te stellen dat het in evenwicht kan gaan. Bij goed opgeleide paarden is de intentie, de geringste beweging van het hoofd en de hals al genoeg om ontspanning te vinden, en dus het evenwichtig te herstellen.

Het voorwaarts neerwaarts gaan van het hoofd en de hals voorkomt dus dat paard en ruiter in een vicieuze cirkel van verkramping en onbalans komen.Vaak zie je een verkrampte rug als het voorwaarts neerwaarts gaan wordt nagelaten. Het mechanisme van de nekband kan zijn optillende werking niet doen, de rug zakt naar beneden. De spieren trekken zich samen, hierdoor worden de doornuitsteeksels naar elkaar toetrokken, waardoor dus de rug inbuigt en hol wordt. Hierbij wordt tegelijkertijd de hals opgericht en vastgezet. Een actieve krampachtige werking van de spieren heeft dus een stijve gespannen rug als gevolg.

De gewelfde rug

Bij het strekken trekt de nekband aan de doornuitsteeksels van de schoftwervels, hierdoor welft de rug in het voorste deel. De spieren krijgen de mogelijkheid om zich te ontspannen, zet deze ontspanning in de rugspieren zich door tot de spieren die het gewricht tussen de laatste lendenwervel in het heiligbeen inbuigen, dan kan ook daar welving intreden.

Samengevat het welven van de rug is alleen mogelijk als er geen verkramping in de rugspieren is, dus alleen bij ontspannen rugspieren kan het paard in evenwicht gaan. De ontspanning treedt vanzelf in zodra het paard het hoofd en de hals voorwaarts neerwaarts brengt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.