Paard en ruiter – De romp

Een stabiele beenligging en bewust gebruik van de romp is een solide basis voor effectieve communicatie van de ruiter richting het paard.

De ruiter houdt zijn romp in evenwicht op het zadel. Door verandering van houding kan het gewicht van de romp naar voren, naar achteren, ofwel zijwaarts verplaatst  worden, welke verplaatsing door het paard gevoeld en tot een signaal voor hem kan worden – de gewichtshulp ….. De gewichtshulp is een hulp die het paard leert verstaan, maar die gebonden is aan situaties. Vele jonge paarden reageren al spoedig op de verplaatsing van de romp van de ruiter, daar deze verplaatsing steeds gepaard gaan met, en als regel gevolgd worden door kuit- of teugelhulpen. Op de duur wordt dan de inleidende beweging (het verplaatsen van de romp) al het signaal voor het paard om in de aangegeven richting te gaan. De gewichtshulp is als ‘hulp’, d.w.z. zelfstandige aanwijzing, is niet op één lijn te stellen met teugelhulp en kuithulp. Zelfstandig toegepast is ze geen hulp waarvan men even grote invloed op het gedrag van het paard kan verwachten als van teugel- of kuithulp. Gecombineerd met deze laatstgenoemde kan echter de gewichtshulp als aanvullende hulp in bepaalde gevallen – b.v. bij intentie van het paard tot weigeren – de doorslaggevende factor zijn. Maar als men op een smal pad in het bos rijdt en de romp zijwaarts buigt om een tak te ontwijken zal dat voor het paard, dat in de dressuur les onmiddellijk reageert op deze gewichtshulp, geen reden zijn om zijwaarts van het pad af te gaan.

Bron: Ken uw paard H.Treffers pagina 101.

Uit bovenstaande is op te maken:

  • Dat de verplaatsing van de romp door het paard wordt gevoeld en als een voorbereidend signaal dient.
  • Paarden leggen een relatie tussen een bepaalde gewichtshulp en een specifieke teugel- en kuithulp.

Voorbeelden van gewichtshulpen die ik in de lessen gebruik:

  • Overgangen: van galop naar draf, van draf naar stap, van stap naar halt houden; door de romp tijdens de overgang ‘iets’ naar voren te verplaatsen waardoor de druk van het zitvlak op de rug verlicht wordt. Of na het nemen van een sprong het zitvlak uit het zadel houden totdat het paard stapt of stilstaat. De energie van de voorwaartse gewichtsverplaatsing van de romp gaat via de bovenbenen, en dan via de ontspannen knieën naar de onderbenen. De kuiten blijven vrij van het paardenlichaam.
  • Overgangen: van stilstaan naar stap, van stap naar draf, van draf naar galop. Je romp tijdens de overgang iets naar voren verplaatsen waardoor de druk van het zitvlak op de rug verlicht wordt. Als het zitvlak uit het zadel is dan blijft de romp in dezelfde houding. De energie van de romp gaat via de bovenbenen, en dan via de ontspannen knieën naar de onderbenen. De kuiten oefenen nú druk op het paardenlichaam uit.
  • De gewichtshulp van de romp is niet los te zien van de invloed van de positie van nek en het gewicht van het hoofd. Tijdens voorwaartse en achterwaartse verplaatsing van de romp, moet het hoofd via de nek spanningsloos boven de romp zijn.
  • De romp wordt door in een bepaalde richting te kijken via het hoofd beïnvloed. Voorbeeld; als een ruiter naar links kijkt, is er een gewichtsverplaatsing naar links, die zich via de romp naar het paardenlichaam verplaatst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.