Paard en ruiter – Evenwicht

Evenwicht is een term die in de rijkunst een eigen betekenis heeft. Daar paardrijden dynamisch is, zal een omschrijving van deze term gericht moeten zijn op het evenwicht van een zich bewegende massa, inclusief de massa ‘paard en ruiter’. Men kan in dit verband dan ook niet onder evenwicht verstaan: het gelijkmatig over vier benen verdelen van het gewicht van paard en ruiter, hetwelk alleen mogelijk zou zijn bij een stilstaand paard. Bij een zich bewegend paard is de gewichtsverdeling voortdurend aan verandering onderhevig. Zodat hier alleen gesproken kan worden van een dynamisch evenwicht, hetwelk het resultaat is van de samenwerking van alle op het paard inwerkende krachten, zoals voortstuwende krachten en zwaartekracht. Verlopen alle bewegingen beheerst, dit wil zeggen vloeiend, regelmatig, soepel – dus zonder krampachtige spierspanningen, dan kan men zeggen dat de beweging evenwichtig verloopt, dat er evenwicht is in de beweging, ofwel: dat het paard in evenwichtig is.

Een paard kan dus ‘in evenwicht zijn’ in alle gangen en in alle tempi – en dit niet alleen op vlakke bodem; ook in ongelijk terrein en over hindernissen kan een paard in evenwicht zijn. Het is duidelijk dat bijvoorbeeld bij het gaan door ongelijk terrein nooit sprake kan zijn van één enkele ‘evenwichtshouding’ of van een voortdurende gelijkmatige belasting van voor- en achterhand. Want al naar gelang de situatie van het terrein waarin het paard zich op dat moment bevindt, zal de voor- of achterhand meer of minder belast worden. Van nature zal het paard steeds die houding aannemen die het hem mogelijk maakt zich veilig en op de meest economische wijze door het terrein te bewegen, daarbij zijn gewicht over voor- en achterhand verdelend naar mate de omstandigheden dit vereisen. Dit is het natuurlijk evenwichtig. De gewichtsverdeling bij dit natuurlijk evenwicht is dus niet constant maar, aangepast aan de eisen die bodem, gang en tempo stellen, voortdurend aan verandering onderhevig. Het is uitermate belangrijk voor het campagnepaard en het dient dan ook als eerste eis gesteld te worden dat het bekwaam is zijn evenwicht te bewaren bij een voortdurend wisselende gewichtsverdeling, waarbij het dus steeds zijn houding zal veranderen. Het paard doet dit dus zelf en de ruiter zal het beslist niet een houding (en gewichtsverdeling) mogen opleggen, daar hij het dan zou hinderen in zijn vrije bewegingen, dus het paard zou beletten zijn evenwicht te bewaren of te herstellen.

In de manege kan de ruiter zijn paard wél een houding opleggen en bij voortgezette dressuur is dit zelfs een vereiste. Bij een paard dat zich in een weinig veranderende houding voortbeweegt op vlakke bodem zal er een nagenoeg, constante gewichtsverdeling zijn over voor- en achterhand. In dit verband past dan bijvoorbeeld voor een schoolpaard dat gaat met een constante meer belasting op de achterhand een term als; ‘evenwichtig op de achterhand’.

Om te bereiken dat een paard onder de ruiter in evenwicht gaat, zal het aan twee eisen moeten voldoen: gehoorzaamheid en lichamelijke geoefendheid. Door gehoorzaamheid is het paard er op ingesteld de aanwijzingen van de ruiter te ontvangen en uit te voeren; de lichamelijke geoefendheid maakt de uitvoering mogelijk.

Is de inwerking van de ruiter niet storend voor het paard, maar in overeenstemming met diens aard en graad van africhting, dan wordt bij hem de harmonie van de bewegingen – dus het evenwichtig – niet verbroken, terwijl het toch, om aan de inwerking van de ruiter te gehoorzamen, een andere houding zal aannemen of de wijze van voortbewegen zal veranderen. Als bijvoorbeeld het paard op aanwijzing van de ruiter van stap in draf, of van draf in galop overgaat, dan worden wel zijn houding en beweging anders; maar als de verandering van gang vloeiend verloopt en de gang regelmatig is, dit wil zeggen ritmisch en beheerst, dan blijft het paard in evenwicht. Geschiedt dit alles op lichte hulpen van de ruiter dan kan men spreken van rijkunstig evenwicht.

Bron: Ken uw paard H.Treffers pagina 104.

Uit bovenstaande is op te maken:

  • Tijdens het bewegen verandert het paard ieder moment van houding.
  • Er is evenwichtig in beweging als de beweging van het paard (en de ruiter) regelmatig, vloeiend en ontspannen verloopt.
  • Als er géén spierverkramping is, verloopt de beweging in evenwicht.
  • Natuurlijk evenwichtig: het paard zal steeds die houding aannemen die het hem mogelijk maakt zich veilig en op de meest economische wijze te bewegen, daarbij zijn gewicht over voor- en achterhand verdelend naar mate de omstandigheden dit vereisen.
  • Er is harmonie van beweging: als de inwerking van de ruiter het evenwichtig van het paard niet verstoort. Bijvoorbeeld bij overgangen veranderen de houding en het ritme; tijdens de overgang is het verloopt ritmisch en regelmatig. Het paard is dan in evenwichtig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.